U bent hier:FAQ's
Terug naar overzicht
Vraag:
Welke tariefregeling passen de EDPB’s toe?
Antwoord:
De minimumtariefregeling die nu van toepassing is op de prestaties van de EDPB’s is reglementair bepaald, nl. in Boek II, titel 3, hoofdstuk III van de Codex welzijn op het werk. Elke EDPB is verplicht een tariefregeling vast te leggen voor de door haar te vervullen opdrachten. Die tariefregeling moet rekening houden met de eerder vermelde wettelijk vastgelegde minimumtariefregeling. Werkgevers worden in de wettelijke regeling ingedeeld op basis van hun hoofdactiviteit en hun grootte: - er zijn vijf tarieven voor bedrijven met meer dan 5 werknemers, - en vijf verlaagde tarieven voor bedrijven met 5 of minder werknemers. Let wel: het gaat om minimumtarieven: het is derhalve nog steeds mogelijk dat een externe dienst hogere tarieven hanteert. De tarieven zijn gekoppeld aan de hoofdactiviteit van de werkgever zoals bepaald in een bijlage bij het KB Externe Diensten: louter ten informatieve titel worden hierbij ook de NACE-codes voor de RSZ aangegeven. De hoofdactiviteit is de activiteit die door het grootste aantal werknemers van die werkgever wordt uitgevoerd, en is terug te vinden in de KBO-databank. Als uitgangspunt voor de berekening van de bijdragen geldt de hoofdactiviteit van de juridische entiteit, aangezien de overeenkomst met de externe dienst in principe wordt gesloten met de werkgever als juridische entiteit. Ook als de juridische entiteit bestaat uit verschillende technische bedrijfseenheden, dient men in principe hetzelfde tarief te hanteren voor alle werknemers van de juridische entiteit: het tarief is immers gekoppeld aan de hoofdactiviteit van de werkgever (juridische entiteit). Voor werkgevers van groep A (+ 1000 werknemers, of zeer hoge risico’s), B (+500 werknemers of hoge risico’s), en C+ (minder dan 200 werknemers, en waarbij de preventieadviseur minstens beschikt over een aanvullende vorming van niveau II) is geen basispakket vastgelegd. Voor deze bedrijven geldt dat het bedrag van de forfaitaire minimumbijdrage wordt omgezet in preventie-eenheden die door de werkgever kunnen worden opgenomen via prestaties vanwege de externe dienst. Een preventie-eenheid bedraagt 150 euro: dit bedrag houdt rekening met de gemiddelde kostprijs per door het personeel van een externe dienst gepresteerd uur (totale loonkost en overheadkosten, zoals ondersteunende diensten, werkingskosten, ICT, enz., inbegrepen). Voor het aanrekenen van de prestaties van het personeel van de externe dienst worden nader in de Codex bepaalde wegingsfactoren toegepast.
Heb je nog een vraag?
Gelieve onder "contact" het contactformulier in te vullen en uw vraag te formuleren.