U bent hier:FAQ's
Terug naar overzicht
Vraag:
Welke aansprakelijkheid hebben de EDPB’s?
Antwoord:
Men moet onderscheid maken tussen de burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de EDPB. Opdat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de EDPB zou weerhouden worden dienen door de volgende elementen aanwezig te zijn: - 1) een fout (bijv.: laattijdig of onvolledig uitvoeren van een voorgeschreven medisch onderzoek, vergissing in de beoordeling van de geschiktheid van een werknemer om een bepaalde arbeidspost verder te bezetten, …); - 2) schade (bijv.: inkomstenschade …); - 3) een causaal verband tussen (1) en (2): de Belgische rechtspraak past in dit verband de “equivalentietheorie” toe. Er bestaat een causaal verband indien zonder een bepaalde fout, de schade, in de concrete situatie, zich niet of niet op dezelfde wijze, zou hebben voorgedaan. Dit houdt tevens in dat de schade géén rechtstreeks gevolg moet zijn van de fout. De bewijslast berust bij het slachtoffer (burgerlijke partij) dat vergoeding vordert. Wat betreft de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de EDPB: de EDPB (maar in beginsel ook de betrokken PA’s !!) kan aangesproken worden op basis van enerzijds Art. 418 e.v. van het Strafwetboek (= klassiek strafrecht) en van Art.127,2° van het Sociaal Strafwetboek anderzijds. Art.418 SWB luidt: “Schuldig aan onopzettelijk doden of aan onopzettelijk toebrengen van letsel is hij die het kwaad veroorzaakt door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen.” Dit betekent m.a.w. dat een EDPB strafrechtelijk kan vervolgd worden wanneer: a) er in hoofde van de EDPB een fout wordt vastgesteld; b) er door die fout schade wordt berokkend; c) er een causaal verband bestaat tussen (a) en (b). Laat ons ook nog opmerken: - dat het parket het bewijs moet leveren van het oorzakelijk verband, en dat de rechter dit oorzakelijk verband soeverein, in functie van de feiten, beoordeelt. - dat de beoordeling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van een EDPB of PA behoort tot de bevoegdheid van de correctionele rechtbank, onderdeel van de rechtbank van 1ste aanleg. Art.127,2° van het Sociaal Strafwetboek houdt in dat zowel de EDPB als de externe PA strafrechtelijk kunnen vervolgd worden zonder dat er sprake is van enig schadegeval: de loutere overtreding van de welzijnsreglementering volstaat. Het gaat om een algemene strafbaarstelling: er is nergens bepaald welke feiten strafbaar gesteld zijn. Dit houdt tevens in dat de strafsancties (sancties van niveau 3 en 4), a priori van toepassing zijn.
Heb je nog een vraag?
Gelieve onder "contact" het contactformulier in te vullen en uw vraag te formuleren.