U bent hier:
This article is only available in Dutch.
Co-Prev Consensus periodiciteit

OPTIMALISATIE VAN HET GEZONDHEIDSTOEZICHT EN DE UITVOERING EN DE ORGANISATIE VAN PERIODIEKE GEZONDHEIDSBEOORDELINGEN

 

In 2008 reeds publiceerde Co-Prev de tekst “10 krachtlijnen voor de toekomst”. Twee belangrijke krachtlijnen die vooropgesteld werden, waren noodzaak om het financieringsmechanisme te herzien, en de noodzaak  om de organisatie van het gezondheidstoezicht te moderniseren.

De nieuwe reglementering die vanaf 2016 in voege is maakt  werk van het eerste aspect, maar jammer genoeg komt het tweede aspect nauwelijks aan bod.

Ten opzichte van 50 jaar geleden, toen de reglementering met betrekking tot arbeidsgeneeskunde ontstond, leven we ondertussen echter in een totaal gewijzigde industriële en maatschappelijke context.  Zo zien we enerzijds de “klassieke” veiligheids- en gezondheidsrisico’s verminderen, en zijn ook de restrisico’s beter onder controle, en anderzijds zien we ook nieuwe risico’s ontstaan, waarbij vooral de psychosociale en ergonomische risico’s de laatste tijd veel aandacht krijgen. 

Daarnaast brengen nieuwe maatschappelijke uitdagingen ook nieuwe taken met zich  voor de bedrijfsartsen: langer gezond aan het werk blijven, reïntegratie van langdurig zieken, aanpak van stress en burnout,…  

Om deze nieuwe taken te kunnen vervullen en anderzijds het traditionele gezondheidstoezicht te kunnen verderzetten ten voordele van de werknemers waarvoor dit effectief noodzakelijk is en blijft, is zonder enig twijfel een (ver)nieuw(d) model van gezondheidstoezicht noodzakelijk.

De basisprincipes van een toekomstgericht model worden beschreven in de consensustekst in bijlage. Deze tekst kwam tot stand in de Commissie Medisch toezicht van Co-Prev en werd gevalideerd door de Raad van bestuur van Co-Prev.  Dit betekent dat deze tekst onderschreven wordt door alle externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, die ook allen lid zijn van Co-Prev. Wij hopen dat deze tekst bijdraagt tot het toekomstgericht herbekijken van het reglementair kader met betrekking tot de organisatie van het gezondheidstoezicht, zodat dit wettelijk kader niet achterblijft ten opzichte van evoluties op het terrein.